Home   Teams   Devoc Mini’s   Niveau 4 – bovenhands

Niveau 4 – bovenhands

BovenhandsAls je geleerd hebt om de bal onderhands te spelen dan ga je daarna ook leren om de bal bovenhands te spelen. Dit betekent dat je de bal boven je hoofd gaat leren spelen.

Bovenhands

Als je bovenhands gaat spelen is het belangrijk dat je goed naar de bal kijkt zodat je kunt inschatten waar hij komt. Je lichaam staat in de richting waar de bal vandaan komt. Je staat met je knieën en ellebogen lichtgebogen. Je handen heb je op hoofdhoogte en er staat één voet voor. Als de bal dichterbij komt dan buig je je knieën en ellebogen. Zodra je de bal speelt zorg je ervoor dat je stilstaat. Hoe hou je je handen als je de bal speelt? Met je vingers en duimen maak je een driehoekje. Je handen vormen een kommetje als je de bal speelt. Als je de bal speelt dan moet je je armen en benen strekken. Met je vingers wijs je de bal na. Daarna ga je gelijk weer klaar staan voor de volgende bal.

Set-up

Een spelverdeler geeft een set-up waarna een aanvaller de bal heel hard over het net kan slaan. Een set-up is een bal die bovenhands gespeeld wordt. Dit kan je op verschillende manieren doen. Jij zult de bal vooral naar voren spelen. Dat doe je zoals hierboven beschreven staat. Je kan de bal ook naar achteren spelen. Dit is veel moeilijker. Hele goede spelverdelers springen eerst en spelen dan de bal. Omdat ze springen kunnen ze de bal sneller spelen en de tegenstander in de war brengen.